Leesvoer

Korte verhalen, columns en publicaties van Danitsja Roedema.
Soms een beetje luguber, een beetje bizar of waargebeurd.

Schoolreisje
Dit verhaal schreef ik voor de Zinniger Zinnen Schrijfwedstrijd 2015. Het thema was ‘De kunst van het tijdreizen’. Voor het eerst schreef ik een kort verhaal voor de jeugd. Het behaalde een vijfde plek.
 
Opdracht: schrijf een verhaal over ‘De kunst van het tijdreizen’.

‘We zijn ze kwijt,’ schreeuwt meester Willem. Met zijn vuist slaat hij tegen de muur van het Tijdreiscentrum en hij kijkt alsof hij een leeuw met zijn blote tanden zou kunnen verscheuren. Nog nooit heeft de klas hem zo kwaad gezien.
Senna voelt zich schuldig. Had ze Mirjam en Isolde maar beter in de gaten gehouden tijdens het tijdreizen. Nu zijn ze verdwenen, samen met Tobias en Simo. Niemand weet wanneer, niemand heeft iets gezien. Dit is het rampzaligste schoolreisje ooit.
‘Wilt u mij volgen?’ vraagt een computerstem vanuit een pak van pluizig, bruin pluche.
Senna schrikt op uit haar gedachten. Zwijgend volgt de klas de robotbeer door een witte, steriele gang tot hij een deur opent waarop ‘ontvangstkamer’ staat. Aan de muren hangen holo’s van beroemde tijdreizigers. Nog steeds zwijgend nemen de kinderen plaats op stoelen die in een kring staan opgesteld.
‘Ik laat jullie even alleen,’ zegt de robotbeer. ‘Ik kom terug met ranja en koekjes.’
Meester fronst. Heel diep. ‘Wie van jullie heeft Mirjam, Isolde, Tobias of Simo voor het laatst gezien?’
Saïd steekt zijn vinger op: ‘Ik zag ze alle vier nog in de steentijd.’
Verschillende klasgenoten knikken.
Ellemie steekt haar hand omhoog. ‘In de kopertijd zei Isolde tegen me hoe lelijk ze de sierraden vond.’
‘Dat zei ze tegen mij over de wapens uit de bronstijd,’ zegt Sterre.
‘En Tobias vertelde me daar dat zijn oom smid is,’ zegt Qwin.
Senna wriemelt met haar handen en voelt meesters blik door de kring gaan. Aarzelend steekt ze haar vinger omhoog. ‘Ik zag Mirjam en Isolde nog bij de toiletten voor we de bronstijd uitgingen,’ zegt ze zacht. ‘Ik heb op ze gewacht tot meester riep dat we ons moesten verzamelen. Toen ik terugliep, kwam ik Tobias en Simo nog tegen.’
‘Hmmm...’ bromt meester. ‘Heeft iemand ze daarna nog gezien? In de ehm...’
‘Ijzertijd,’ vult Saïd aan.
Hulpeloos kijkt meester om zich heen. ‘Niemand?’

‘Niet doen, joh!’ zegt Simo.
Tobias houdt zijn wijsvinger voor zijn mond en duwt de deur van de damestoiletten verder open. Stilletjes sluipen ze naar binnen. Mirjam en Isolde giechelen luidruchtig. Zo te horen zitten ze samen in een hokje, iets wat meiden vaker doen. Dat komt goed uit.
Voorzichtig haalt Tobias de spin uit zijn rugtas. Het lijf is zo groot als zijn hand en de behaarde poten wiebelen levensecht. Achter hem snakt Simo naar adem.
‘Hij is nep,’ fluistert Tobias en hij richt zijn blik op het toilethokje.
Ineens is er een lichtflits en klinkt hard gebonk vanuit het hokje. De meiden gillen.
‘Zwijg,’ zegt een vreemde mannenstem.
Tobias kijkt om zich heen. De stem komt bijna zeker vanuit het toilethokje waarin Mirjam en Isolde zitten.
‘Jullie zijn mijn gevangenen.’ De stem klinkt rauw en donker. ‘Als jullie aardig zijn, overkomt jullie niets. Als jullie gaan gillen, dan snijd ik jullie stembanden eruit. Die hebben jullie niet nodig als slaven. Welk jaar? Waar komen jullie vandaan?’
‘Uit Nederland,’ hoort Tobias Isolde zeggen. ‘Nee, au! Uit 2050. Na Christus.’
Zodra Isolde ‘au’ roept, weet Tobias dat het niet om een grap gaat.
‘Goed zo,’ zegt de stem onvriendelijk. ‘Haal diep adem en houd jullie vast.’
Tobias verstijft. Dat is precies de zin die vandaag steeds werd gezegd als ze naar een andere tijd reisden. Wat als Mirjam en Isolde in de tijd worden ontvoerd? Misschien worden ze wel verkocht op een middeleeuwse slavenmarkt!
Hij haalt adem en mikt. Met spartelende poten schiet de nepspin over de deur van het toilethokje.
De meiden en de enge stem gillen en met enorme kracht schiet het toiletdeurtje open. Aan de binnenkant ervan plakt de spin met een mes door zijn lijf. De poten bewegen nog.
Rond de toiletpot worstelen Mirjam en Isolde met een robot in een piratenpak. Isolde ramt met een wc-borstel op de metalen rug en Mirjam duwt de kop in de wc-pot. Ze trekt door. Nog even bewegen de metalen armen en benen tot kortsluiting ontstaat.
‘Wegwezen,’ gilt Isolde.
Simo trekt aan Tobias’ mouw en Mirjam grist iets uit de klauw van de robot. Een allesverzengende lichtflits verandert de toiletruimte in een zandvlakte met aan de horizon driehoekige bouwsels.
‘Piramides,’ fluistert Simo. ‘We zijn getijdflitst.’
Tobias hoort het niet, hij staart naar een stipje in de verte dat steeds groter wordt. De grond lijkt te trillen door het naderen van het beest. ‘Sfinx,’ fluistert hij.
‘Wat gaaf!’ Isolde pakt haar fototoestel.
Het beest komt regelrecht op hen af en nergens is een plek om te schuilen.
‘Wat moeten we doen?’ vraagt Tobias.
Mirjam houdt triomfantelijk een klein apparaatje met een knop en een wijzerplaat omhoog. ‘Haal diep adem en houd jullie vast,’ schreeuwt ze. ‘Snel!’
De sfinx brult als zijn hapjes in een explosie van licht verdwijnen.

Verveeld hangen de leerlingen van meester Willem in de stoelen. Na drie uren wachten en hopen zijn hun verdwenen klasgenootjes nog steeds niet terug.
Meester heeft overlegd met de directeuren van het Tijdreiscentrum. ‘Ze hebben alles aan me uitgelegd, jongens. Ze kunnen elk moment terug zijn en anders uiterlijk morgen.’ De frons in zijn voorhoofd lijkt te bestaan uit twee gespiegelde vraagtekens.
‘Zij hebben gemakkelijk praten,’ zegt Qwin. ‘Misschien vinden ze hen pas over vijftig jaar en dan zijn ze hier morgen ook: stokoud.’
Er valt een dreigende stilte waarin iedereen hetzelfde denkt: of dood...
‘Dat hoeft niet,’ zegt Saïd. ‘Als ze weten waar ze zijn. Maar misschien zijn ze helemaal niet in de tijd gereisd, maar gewoon nog in het gebouw. Verdwaald of zo.’
‘Of ontvoerd,’ zucht Ellemie.
‘Wil iemand ranja?’ vraagt de beerrobot.
Bijna iedereen zwijgt. Alleen meester vraagt voor de honderdste keer of de kinderen al zijn gevonden.
Voor de honderdste keer schudt de robot zijn kop. ‘We hopen hen voor sluitingstijd te vinden.’
‘We gaan niet weg zonder de kinderen,’ zegt meester.
‘Helaas kunnen we na sluitingstijd geen bezoekers op de basis toestaan,’ zegt de robot. ‘Over een uur vertrekken jullie, hopelijk met jullie verdwenen klasgenootjes.’

Tobias knippert met zijn ogen. Vanaf metershoge tribunes rondom hem klinkt geschreeuw van duizenden mensen. Een hoge stenen muur scheidt het publiek van de ronde zandbak waarin hij en zijn drie klasgenoten staan. Dan ziet hij een leeuw op hen afstormen. ‘Leeuw!’ gilt hij.
Het beest springt boven op Isolde en het publiek joelt luider, maar niet luid genoeg om de vreselijke gil van Isolde te overstemmen. Terwijl ze valt, wijst haar vinger naar iets rechts naast Tobias. Een tijger! Tobias springt opzij en het dier landt op Simo. Die krijgt niet eens de kans om te gillen.
Dan voelt Tobias Mirjams hand op zijn schouder en is er een lichtflits. Bijna onmiddellijk staan hij en Mirjam op een druk kruispunt.
‘Times Square,’ gilt Mirjam.
Ze flitsen naar een oerwoud dat er vredig uitziet tot een regen van wurgslangen op hen valt. Flits. Een dinosaurus. Ondanks dat Tobias roept dat het een planteneter is, flitst Mirjam hen verder. Een ridderslagveld waar Tobias een duim verliest. Flits. Zijn gil echoot over de ijsvlakte waar ze belanden.
‘Sorry,’ zegt Mirjam. ‘Misschien moet ik niet 2050 invoeren, maar het aantal jaren dat we vooruit of terug willen?’
‘Doe maar, voor we hier bevriezen.’
Net als ze wat opgewarmd zijn in een verlaten Romeins badhuis, stort het dak in. Het enige van Mirjam dat niet zo plat als een eurocent is, is de hand met daarin het tijdreismachientje. Er zit een knop op en een metertje. Tobias draait het metertje naar 2050, raakt Mirjam aan en drukt op de knop. Flits. Hij begraaft haar in een woestijn waar een kangoeroe voorbij hupt. Met betraande ogen onderzoekt hij het apparaatje. Alleen een wijzer en een knop, meer niet.
Tientallen keren tijdflitst hij tot in Engeland de batterijen het begeven. Enkele druïden vinden hem en waarderen zijn wijsheid en visioenen over de toekomst. Als Tobias vertelt dat ooit in de buurt een enorme steencirkel zal verrijzen, maakt de raad van wijzen direct plannen om zelf ook eentje te bouwen.

Niemand uit de klas van meester Willem heeft die nacht een oog dichtgedaan.
Opgewonden stuiteren de leerlingen de klas in en gooien hun reistassen naast hun tafeltjes.
‘Ik heb slecht nieuws,’ zegt meester. ‘Ik weet dat iedereen zich erop heeft verheugd, maar ons schoolreisje naar het Tijdreiscentrum gaat niet door.’
‘Hoezo gaat het niet door?’ roept Saïd.
‘Technische problemen.’ Meester haalt zijn schouders op. ‘Iets met een explosie in de toiletten.’
‘Tijdterroristen,’ roept Tobias. ‘Mensen uit de toekomst die kinderen roven om hen als slaven op middeleeuwse markten te verkopen.’
Meester kucht. ‘Je leest te veel antieke stripboeken, Tobias. Tijdreizen wordt strikt gecontroleerd, er kan niets mis gaan.’
‘Er kan van alles mis gaan,’ zegt Simo. ‘In Suske en Wiske...’
‘Genoeg!’ roept meester. ‘Pak jullie rekenboeken.’
Isolde schuift haar mobiele telefoon naar Senna toe. “Bijzonder kindergraf gevonden nabij Stonehenge in Engeland.” Op een foto bij het bericht staat een grafsteen met daarop een gebeiteld gezicht dat op Tobias lijkt. Volgens de onderzoekers is het uniek, omdat kinderen vroeger niet met zoveel eerbetoon werden begraven. De jongen in het graf stierf waarschijnlijk door een infectie na het verlies van een duim.
Senna kijkt nog eens goed naar de foto en fluistert: ‘Ik wist niet dat er vroeger ook al zulke lelijkerds bestonden.’
Isolde en Mirjam gieren het uit, wat hun een strenge blik van meester oplevert. Grinnikend pakken de vriendinnen hun rekenboeken.
omhoog

Adem in, adem uit
'Adem in, adem uit' schreef ik voor de Zinniger Zinnen Schrijfwedstrijd 2014. Later verscheen het ook in de verhalenbundel 'Verhalen met Zinnige Zinnen' van het gelijknamige forum.
Ook dit jaar kun je als kerstcadeautje deze bundel met verhalen en gedichten hier gratis downloaden.

Opdracht: schrijf een verhaal over 'De kunst van het balanceren'.

‘Balans, Ans! Denk aan je balans!’ In gedachten hoor ik het mijn balletlerares weer roepen, zie ik mijn mede-ballerina’s weer die moeilijke sprongen maken waarvan ik weet dat mijn lichaam er niet voor is gemaakt. Toen al niet.

--Ik trek mijn handschoenen aan en zet mijn helm op.--

Ballet werd voetbal. Daar werd minder gelachen als je algehele beencontrole verloor. Hoe groter de blauwe plek, hoe meer respect. Tenminste, in het begin. Na drie keer ‘hands’ in een belangrijke competitie, lag ik eruit. Ik belandde uiteindelijk bij de leesclub. Het ergste wat daar kon gebeuren, was dat ik iedereen uit zijn concentratie haalde als een boek uit mijn handen stuiterde.

--Het is prachtig weer en ik lach en steek mijn duim op naar de jongens die ik heb ingehuurd voor mijn missie.--

Mijn opleiding voor automonteur was een fiasco, mede door mijn onhandigheid bij het balanceren van banden. En nee, ik schaam me niet voor mijn dertig kilo te veel; sinds ik alle uitgebalanceerde diëten boycot voel ik me tien kilo lichter.

--Ik zweet me nu al te pletter in het leren motorpak. Ik kijk omhoog naar de azuurblauwe lucht die me omringt.--

Balans, alles draait om balans. Eten, drinken, lopen, fietsen, zelfs ademhalen hoort in evenwicht te zijn. Adem in, adem uit.
Bert, mijn psychiater, begreep me. Tot hij die doodsmak maakte op de imposante marmeren trap in zijn praktijk. Zijn collega die me overnam, pleegde na enkele sessies zelfmoord. Door mij, maar de praktijk bleef dat vriendelijk ontkennen. “Meneers privéleven was in onbalans geraakt en hij zag geen andere uitweg,” was hun conclusie.

--Ik voel me vrij, zo vrij als de arend die net over het ravijn vliegt. Dwangmatig tast ik naar mijn mobieltje. Dat ligt natuurlijk nog in de camper.--

Uit elke baan werd ik ontslagen, omdat ik geen balans kon vinden tussen bijtijds naar bed gaan en vroeg opstaan. Of er was een trap, een opstapje of een natte vloer waardoor ik al in mijn proeftijd in het ziekenhuis belandde.
Geldgebrek en de sociale dienst dwongen me om mijn gelijkvloerse woning te verruilen voor een flat op de achtste verdieping. Verschrikkelijk voor iemand met trapangst en claustrofobie!
Na een valpartij van de achtste naar de vierde en drie weken in het ziekenhuis, leek het me veiliger dat ik mijn woning niet meer verliet tot ik mijn angst voor liften elimineerde. Of mijn evenwichtsprobleem.
Toen ik - na drie uur psychische voorbereiding - in de lift stapte, zat ik vier uur vast tussen de achtste en zevende verdieping. Ik besloot dat het oplossen van mijn onhandigheid gemakkelijker zou zijn.

--‘Ready?’ Juan geeft me de vijf meter lange polsstok en ik zoek naar het viltstiftstreepje dat precies in het midden moet staan. Hebbes.
‘Is dit echt het midden?’ vraag ik.
Juan meet het met zijn rolmaat uit. ‘Si, precies het midden.’
Het koord dat over het ravijn hangt, is aan de overkant bijna niet meer te zien.--

Ik verkocht al mijn bezittingen op afhaalbasis via internet om budget te creëren voor mijn missie. Mijn boodschappen bestelde ik online, net als het vliegticket, een taxi en het stevige koord van twee kilometer. De rest zou ik op de plek van bestemming regelen.
Voor het eerst roerde zich iets in me, iets wat mijn hart sneller deed kloppen, iets wat me toeriep: ‘Je kunt het, Ans. Je moet het doen, nu of nooit. Leef!’
En sterf, voegde ik er in gedachten aan toe. Maar het avontuur trok, het enige avontuur dat ik ooit vrijwillig zou meemaken. Daarna zou het leven me toelachen. Of ik zou sterven en voor altijd verlost zijn van mijn gestruikel en onhandigheid.

--Adem in, adem uit. Mijn adem stokt. De stalen toren waaraan het koord vastzit, is best hoog. Op het platform erboven staat de zilveren motor, glimmend in het zonlicht als duizend tandartsspiegeltjes.
Voorzichtig klim ik omhoog. Ik neem de tijd, wat nodig is met mijn gekneusde voet. Eergisteren ben ik nog van het platform gevallen.--

Twaalf uur te vroeg vertrok ik naar Schiphol. Zittend tree voor tree van de achtste naar de begane grond en tussen de vierde en derde werd ik bijna gewurgd door mijn eigen reistas. Ik zette door.
Bij Utrecht kreeg de taxi een klapband; de chauffeur en ik belandden in de vangrail en in het ziekenhuis. Na zes uren werd ik ontslagen, wat me tijd gaf om op Schiphol nog twee uur vast te zitten in een draaideur. Ik struikelde en mijn sjaaltje kwam op een of andere manier in het mechaniek terecht, zoals de storingsmonteur uitlegde. Ik kreeg gratis koffie en was precies op tijd om in te checken.

--Voorzichtig raak ik de motor aan en leg de stok over de benzinetank. Hier waait het harder dan op de grond. Ik lijk wel gek dat ik hier sta! Toch voel ik me levend, trots zelfs. Mijn hand trilt niet als die naar de contactsleutel reikt.
‘Smile,’ roept Juan.--

De vliegreis was verschrikkelijk. Van de stewardess mocht ik in de cockpit kijken, zodat ik kon zien dat de piloten heel ontspannen waren. Natuurlijk was daar net wat turbulentie en ik struikelde, greep me vast en viel toch. Het vliegtuig schoot met zijn neus naar beneden. Blijkbaar ging het goed, want ik werd wakker in een ziekenhuisbed.

--Ik voel me anders, vol zelfvertrouwen blik ik Juans camera in. Gek dat zo’n ding tussen je benen je zo kan veranderen; ik bèn een stoere vrouw op een motor.
‘Ready?’ roept Juan.--

Mijn team vond ik via een motorblad. Ik kreeg tientallen brieven van lezers die afraadden om zonder enige ervaring - want dat had ik in de advertentie gezet - zoiets te proberen, maar Juan reageerde positief. Hij kende wel een paar jongens die wilden helpen.

--Bulderend komt de motor tot leven. Ik balanceer de evenwichtsstok in mijn linkerhand. Met de rechter draai ik het gas een stukje open. De motor beweegt. Ik gil, draai het gas terug en sta weer stil op het veilige platform.
‘Take pictures,’ roep ik naar Juan en ik zet mijn voeten op de uitsteeksels aan het motorkarkas. Juan heeft uitgelegd hoe die heten, maar... nee, niet aan denken. Concentratie! En gas!
De speciale banden grijpen als vanzelf in het touw en het contragewicht onder de motor vergroot mijn overlevingskansen. Minieme evenwichtsstoornissen kan ik aanpassen met de polsstok. Oei, niet zo dus! Ik klem me aan het gaspedaal vast en schiet vooruit. Relax! Relax! Relax! Poeh, en nu niet te langzaam.--

Juan en zijn jongens regelden de motor, de platforms voor het touw en lieten me oefenen op een trike. Een tweewieler ging minder goed, wat volgens Juan door het stuur kwam. ‘Relax, Ans. Het stuur van je motor is vast gelast. Sturen is het allerlaatste wat je wilt doen als je op een koord boven een afgrond hangt.’

--Ik concentreer me op het platform aan de overkant en probeer niet naar beneden te kijken. Shit, het ravijn onder me is oneindig diep. Had ik niet beter een veiligheidstuig kunnen dragen dat aan de motor vastzit? De motor zal niet naar beneden storten, maar ik... Concentreer! Concent... Oei!
Ik richt mijn blik weer op het touw, dat als een lange dropveter naar de overkant leidt. Het platform waar het aan vastzit beweegt heen en weer... nee, ik beweeg... Shit, shit, shit! O nee! Het lukt me om de vallende evenwichtsstok te negeren en ik fixeer mijn ogen op de oneindige dropveter. O my God, o my God!
De motor wiebelt als een dol geworden hobbelpaard. Ik laat het stuur los en spreid mijn armen in de hoop zo het evenwicht te hervinden. Even lukt het, maar de motor verliest snelheid. Dit is het, ik weet het. Nog enkele tellen voor de zwaartekracht wraak neemt op mijn hoogmoed.
Ach, ik heb in ieder geval prachtige foto’s voor mijn begrafenis. Misschien kom ik zelfs in de krant! Ik lach, zwaai met mijn armen alsof het vleugels zijn en voel me vrij. Vrij van angst, vrij van de rest van mijn onhandige leven.
Dan maakt de motor een rare stuiter en ik zwiep voorover. Mijn tanden rammen het rechter handvat en de motor schiet vooruit. Wanhopig bijt ik me vast in het rubber en probeer gas te minderen. Voorzichtig. Niet te hard, niet te zacht. Misschien kan ik mijn ogen beter dichtdoen. Adem in, adem uit! Iets minder gas misschien, of juist iets meer? Concentratie! Niet te snel. Niet te langzaam. Adem in!
Ik geniet van elke met spanning en adrenaline doordrenkte seconde die ik nog heb. Ineens is het over. De wielen blokkeren en ik vlieg! Mijn vrije val eindigt veel te snel in een explosie van pijn.
--

Ik word wakker in een ziekenhuisbed. Naast me prijkt op de voorpagina van een krant een foto van een koorddansende motorrijdster. Wauw! Eronder staat in grote letters: “Evenwichtskunstenares bedwingt ravijn, maar vergeet op eind te remmen.” Ik lach, schreeuw het uit van de pijn en pak de krant. Mijn blik glijdt naar een kleine advertentie. “Topaanbieding: eenwielers”. Ik moet Juan en de jongens snel bellen!
omhoog

Dubbel bedrog
Dit verhaal verscheen in de digitale verhalenbundel 'Van A tot ZZ - 20 verhalen voor 2014'.
Hierin staan verhalen van leden van het Zinniger Zinnen-schrijfforum, samengesteld om als kerstcadeau aan jou te kunnen geven!
Je kunt de verhalenbundel hier gratis als e-pub of pdf downloaden. Veel leesplezier!


02.00 uur
Gehurkt wacht ik in de bosjes naast de caravan. Na het sluiten van de kantine heeft een doodse stilte bezit van het campingterrein genomen. Uren zit ik hier al. Geduldig wacht ik. Mijn handen omklemmen de schop die ik naast de caravan vond. Het voelt goed om een wapen te hebben.
Gerard. De gedachte aan hem doet de woede weer oplaaien. Op de wreedst mogelijke manier bedroog hij me, en nu had hij het lef om 200 kilometer van mijn huis op te duiken. Op een camping nota bene, ultiem burgerlijk en avontuurloos voor een man die beweerde te leven voor ontberingen.

02.14 uur
Tijd om na te denken, weer de pijn te voelen van het gat dat Gerard achterliet. Zijn reisgenoten hadden gezien hoe zijn kano in een stroomversnelling omsloeg; alleen de brokstukken werden teruggevonden.
De eerste maanden koesterde ik nog hoop. Ze zouden hem vinden, vermagerd, uitgeput, maar in leven. Gerard wist hoe dat moest, overleven. Hij was het soort man dat zich niet liet kisten.
Na drie maanden druppelden de eerste condoleances binnen terwijl hij, ooit jeugdkampioen wildwaterkanoën, niet kon zijn omgeslagen; hij moest nog leven. Aangespoeld in een onherbergzaam gebied misschien, maar met zijn kennis van overlevingstechnieken kon hij toch niet zomaar verdwijnen?
De politie wilde het dossier sluiten. Ik was vastberaden Gerard, in ieder geval op papier, in leven te houden. Met foto’s van zijn expedities naar de Noordpool, jungles en de toppen van de Mount Everest en Kilimanjaro toog ik naar het politiebureau en ik kreeg mijn zin.

Vanavond ging de telefoon. De vrouw beweerde me te kennen, ze woonde ten tijde van Gerards verdwijning in de buurt. De zaak had haar erg aangegrepen.
‘Ik heb uw man gezien, mevrouw. Ik ben geen bemoeial, maar na al uw verdriet, vind ik dat u moet weten waar hij is en dat hij een andere vrouw ziet.’ Ze had hem herkend in een supermarkt.
Tien minuten staarde ik als verdoofd naar de telefoon. Ik wist niet wat me bezielde toen mijn handen daarna mijn handtas pakten en ik met trillende vingers het opgegeven adres in mijn autonavigatiesysteem typte. Twee uur rijden slechts. Tegen middernacht zou ik terug kunnen zijn.

02.35 uur
Waar blijft Gerard nou? De vrouw had zo zeker geklonken aan de telefoon.
Drie maanden na Gerards verdwijning huurde ik Marty in als privé-detective. Marty was een vriend van Gerard, dus een ervaren expeditietype. Dagelijks hadden we contact, hij vanuit El Sandarvo of hoe die verachtelijke streek in Equador ook heet, en ik thuis, vanuit het veel te grote landhuis.
Ik mocht Marty graag, altijd al. Door onze gezamenlijke queeste groeiden we naar elkaar toe en het werd moeilijk om afstand te houden. Steeds minder praatten we over Gerard, steeds meer over elkaar. Van het één kwam het ander en Gerard verdween langzaam naar de achtergrond.
Toen kwam mijn nieuwe minnaar met foto’s. Foto’s van Gerard in Tokio, Gerard gearmd met een blondine, met een brunette. Gerard krantlezend in een MacDonaldsfiliaal.
Marty zuchtte. ‘Het spijt me, maar de krant verscheen een half jaar na zijn dood.’
Het was dubbel bedrog, want Gerard en ik waren nog steeds getrouwd.
Op mijn verzoek werd zijn politiedossier gesloten, waarna ik officieel weduwe werd. Een jaar later trouwde ik met Marty. Op de één of andere manier voel ik me aangetrokken tot stoere één-met-de-natuur-types.

Het telefoontje van de vrouw verlamde me. Gerard was in de buurt. Zou hij zijn geld komen opeisen, of misschien zelfs het huis? Zijn overlijdensrisicoverzekering had een klein kapitaal uitgekeerd dat inmiddels grotendeels was uitgegeven.
Marty zou woedend zijn; ook zijn luxe leven stond op het spel. Gelukkig was hij een week geleden afgereisd naar één of andere pas ontdekte Incastad. Maar zodra meer mensen Gerard zouden herkennen…
Een plan vormde zich. Niemand zou er achter komen als ik… Beschaamd had ik uit het raam gestaard, maar mijn hersenen bleven efficiënt doorwerken.
Wie zou erachter komen? Hij was toch al dood. Was het voor mij, voor iedereen, niet beter als hij dat bleef?

03.02 uur
Ik heb het koud. Spiedend kijk ik om me heen, wachtend op dat ene geluid dat zijn komst zal aankondigen. De schop ligt onzichtbaar voor me. Dreigend, wachtend om gepakt te worden. Verbeten zuig ik op mijn laatste pepermuntje terwijl ik mijn knellende pumps uittrek. Ik moet ze straks niet vergeten.

03.34 uur
Ik schrik wakker. Een vrouwenlach schalt door de nacht, gevolgd door het ‘sst’ van een man. Hij is het. Ik voel het gewoon.
Een donker silhouet doemt op, zijn arm om een giechelende tweede. Ik bevries bij de vertrouwde aanblik van de breedgeschouderde, gedrongen figuur met de jagerspet die al zijn expeditievrienden dragen. Ik snuif de geur van dure sigaren op vermengd met alcohol en Old Spice. Het doet pijn om hem te zien. Dubbel pijn, omdat hij die slet heeft meegebracht. Onzeker tasten mijn vingers naar de schop.
Kan ik het? Ik denk aan Marty, aan onze toekomst en het geld dat Gerards dood heeft opgeleverd. Moet ik dat terugbetalen?
Het moet gebeuren.
Hij valt zodra de schop met een misselijkmakende klap zijn achterhoofd raakt. Zij gilt en rent weg. Na enkele klappen blijft Gerard doodstil liggen. Nu moet ik wegwezen. Leunend op de schep wring ik me in mijn pumps.
‘Hallo dame,’ zegt ineens een mannenstem. Een zaklamp beschijnt mijn gezicht, mijn borsten en dan de bebloede schop naast me. De man gilt het hele campingterrein wakker en nog geen tien minuten later word ik in een politiewagen afgevoerd.

Twee dagen daarna identificeer ik Gerard in het mortuarium aan de hand van enkele persoonlijke bezittingen. Ze hadden hem onder de caravan gevonden, waarschijnlijk doodgeslagen met dezelfde schop waarmee ik...
‘Het ziet er slecht voor u uit, mevrouw,’ zegt de agent. ‘We hebben ook uw tweede slachtoffer geïdentificeerd en u wordt aangeklaagd voor dubbele moord.’
Met een stijf glimlachje vouwt de agent het laken op een tweede baar ietsje terug. Ik knipper met mijn ogen, kan niet geloven dat Marty daar zo stil en bleek ligt.
‘U kent het slachtoffer?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Nee, dit is mijn man niet. Marty zit in Mexico.’
Weer schenkt de agent me een stijf glimlachje.
omhoog

De perfecte inbraak
Dit verhaal schreef ik voor de Samsung-Orwell Schrijfwedstrijd van Schrijven Online, helaas leverde het geen prijzen op.
Dit was de opdracht:


Schrijf een verhaal van maximaal 1000 woorden waarin een Samsung Galaxy Note een rol speelt en dat een knipoog bevat naar de grote Britse schrijver George Orwell.

Frederiks villa was uitzonderlijk goed beveiligd: hoge hekken, twee valse rottweilerteven, goede tuinverlichting, rolluiken voor de ramen plus inbraakalarm en camera's.
'De toegangshekken openen automatisch als Frederik aan komt rijden,' vertelde Ronnie terwijl we zogenaamd nonchalant door de wijk liepen.
'Een goed moment om naar binnen te glippen,' opperde ik.
Ronnie schudde zijn hoofd. 'Zodra het hek opent, schieten twee enorme schijnwerpers aan, zodat camera's iedereen haarscherp registreren.'
'Niet met een bivakmuts op.'
'Heb je die honden niet gezien?' zei Stefan. 'Rottweilers zijn ontzettend gevaarlijk.'
De honden vergiftigen ging ons te ver. We waren geen professionals, we hadden zelfs nog nooit ingebroken. Onze fantasie om Frederik te beroven was onuitvoerbaar en zou dat waarschijnlijk altijd blijven.
Tot Ronnie met een geniaal plan kwam.

Drie avonden in de week knutselden Ronnie, Stefan en ik aan onze modeltreinbaan. Mannen onder elkaar, je kent het wel. Ronnie had een reclamebureau en Stefan deed iets met computers. Door mijn nieuwe baan kwam het gesprek op Frederik. Drie jaar geleden bestelde Frederik bij mijn werkgever een kluis van 300.000 euro.
Ronnie floot tussen zijn tanden. 'Die Freek toch.'
We kenden Frederik sinds de kleuterschool. Je weet wel, zo'n betwetertje met een bril en daarom tot het eind van de basisschool sukkel van de klas.
En nu? Stinkend rijk volgens de Quote 500 die Stefan een week later op tafel legde. Uit nieuwsgierigheid gingen we Frederiks villa bekijken.

Niet lang daarna kwam Ronnie met het plan. Stefan en ik zouden nooit hebben meegedaan als het geen geniaal plan was, maar het was beter dan dat, veel beter. Geraffineerd, ingenieus en tot in de kleinste details uitgedacht. En simpel, doodsimpel.
We doneerden elk 200 euro voor Project F. Het resultaat was niet zeker, maar we zouden veel lol hebben. We voelden ons als schooljongens die een hondendrol in Frederiks schooltas gingen stoppen.
Ronnie verzon de prijsvraag en drukte de folders. Stefan ontwierp een website en knutselde aan de tablet. Ik bezorgde de folders in de hele villawijk. Een week later bezorgde ik nog een folder, ditmaal alleen bij Frederik.
Gespannen wachtten we of hij op zijn prijs zou reageren. Dat deed hij. Om het echt te laten lijken, huurden we een koeriersdienst om de Samsung Galaxy Note bij hem te bezorgen.

De acht ingebouwde spionagecamera's werkten perfect. Het virus dat Stefan naar Frederiks iPad stuurde ook. Frederik ging zijn nieuwe tablet gebruiken. We kenden al zijn afspraken en wisten wanneer zijn huishoudster en tuinman kwamen.
Frederik nam de tablet zelfs mee naar de kluis. We draaiden overuren om uit alle wazige beelden de code te destilleren.
Stefan ontdekte dat de rottweilers ineen krompen zodra Frederik thuiskwam en angstig wegsprongen. Na het meerdere malen bekijken van de beelden, zagen we het fluitje in Frederiks mond. Het gaf geen geluid, maar de honden vluchtten weg. Ook toen Stefan met een hondenfluitje bij het hek ging staan. Ons tweede obstakel leek overwonnen.
Frederiks vrouw had de gewoonte de code van het beveiligingssysteem hardop uit te spreken terwijl ze hem intoetste, dus het analoge voordeurslot was onze laatste hindernis.
Foto's van de sleutel hadden we, net als het merk en nummer. Vergelijkingsmateriaal vond ik in het archief van mijn baas, sleutel- en kluizenspecialist. Bij onze concurrent liet ik drie exemplaren namaken, waarna ik het origineel terug stopte in het archief.
Geen van ons had verwacht dat we zover zouden komen. Tijd om erover na te denken ontbrak, want Frederik schreef in zijn agenda dat hij over een week met zijn gezin naar Florida ging.

Gespannen hesen we ons in bedrijfskleding van Jansen-Kraakschoon, ontworpen en bedrukt door Ronnie. Zelfs op de plastic haarnetjes stond het logo. De brillen en nepbaarden waren niet te opzichtig en we herkenden elkaar amper.
Stefan hield zich keurig aan de snelheid, we wilden niet opvallen in ons gehuurde vrachtwagentje met valse nummerplaten. Ook de vrachtwagen was door Ronnie beplakt met logo's van Jansen-Kraakschoon.
We stopten voor het hek en haalde de hondenfluitjes tevoorschijn uit onze bedrijfskleding. Daarna richtte Stefan een infraroodlampje dat op een printplaatje zat. Gehoorzaam openden de hekken.
Voor we uit de vrachtwagen stapten, controleerden we onze vermommingen, waarna we gewapend met ragebollen, schoonmaakkarren en hondenfluitjes de rottweilerdames trotseerden. Die vluchtten godzijdank piepend weg. De voordeur en het beveiligingssysteem waren een peulenschil.
Eerst dweilden we alle vloeren. Dat was een van die geniale aspecten aan Ronnies plan. Zou de politie binnenvallen omdat een buurtbewoner iets verdachts had gezien, dan pleegden we geen strafbaar feit. We hadden de schoonmaakopdracht telefonisch gekregen en zouden pas achteraf een factuur sturen. Ook onze latex handschoenen zouden geen vragen oproepen.
De kluis was een lachertje. We reden af en aan met de schoonmaakkarren om vuilniszakken in de vrachtwagen te laden.
In een bos peuterden we later de reclamestickers van de wagen en wisselden van kentekenplaten. We roosterden naar plastic smakende worstjes boven het vuur waarin nepsnorren en alles met Kraakschoonlogo's werd verbrand. Niemand die ons zag zou vermoeden dat bewijsmateriaal werd vernietigd.
Daarna verdeelden we de buit; 500.000 euro aan contanten en zeven Curver boxen vol sierraden. Een vriend van Ronnie zou de sierraden omsmelten.

Pas na Frederiks vakantie verscheen een bericht in de krant. Een half jaar verstreek. Een jaar. Het werd tijd om de tablet terug te halen. Niemand had de link tussen het apparaat en de inbraak gelegd, en dat mocht ook nooit gebeuren.
Op een avond liet Frederik de tablet in de woonkamer liggen. Ronnie hees zich in kleding van een beveiligingsbedrijf en was binnen een kwartier terug met het apparaat. En met een nieuw project: Karel Opdam, directeur van een goede doelenstichting en tien plaatsen boven Frederik in de Quote 500.

De folders en website waren klaar toen de politie een inval deed. Pas tijdens het proces werd duidelijk hoe we waren ontdekt. Die sukkel van een Frederik was zo blij met zijn tablet, dat hij een app installeerde om het apparaat bij diefstal te kunnen volgen. En zo kwamen wij in beeld, al plannen besprekend voor onze volgende tabletkraak.
omhoog

Kerkhof

Soms is een schrijfoefening leuk om je vingers en hersens even helemaal los te gooien, helemaal wanneer het onderwerp je ligt.
Vandaar dat ik meedeed aan deze:

Schrijf een verhaal van maximaal 500 woorden waarin een kerkhof een belangrijke rol speelt.

Laten we naar het kerkhof gaan,' zegt Erik
'Goed.' Het is een zwoele nacht en op ons balkon is het bloedheet. Ik snak naar koelte.
Zodoende lopen we even later door de straat, Erik met zijn gitaar, ik met de fles whisky en onze gelijknamige chihuahua onder mijn arm.
'Waar gaan we heen?' vraag ik.
'Parkrust,' zegt Erik. 'Het schijnt dat daar uilen zitten.'
'Parkrust? Maar we zouden toch naar een kerkhof gaan?'
Erik lacht. 'Ja, perfect toch?'
Ik schud mijn hoofd. 'Parkrust is een begraafplaats, geen kerkhof. Er staat geen kerk.'
'Ach, wat maakt dat uit? Als het er maar rustig is. Bovendien houd ik niet van kerken.'
En ik niet van begraafplaatsen, maar dat zeg ik niet. Erik is een beetje zo'n gothic type die alle dingen doet waar ik nog nooit aan heb gedacht. Toen ik hem net leerde kennen, werkte hij een lijst af die heette: 'Vijftig dingen die je moet hebben gedaan voor je dertig bent.'
Zo ontstond een relatie tussen een kakmeisje en een nergens-goed-voor-jongen. Want ook al kwamen we uit verschillende werelden, we genoten evenveel van deurtje bellen, roeien op een meer, streaken tijdens een volleybalwedstrijd en in een tent slapen in iemands achtertuin.
Wanneer we de begraafplaats op lopen, slaat een kerkklok in de verte twaalf keer.
Ik giechel. 'Is het wel verstandig dat we dit doen?'
Erik giechelt ook. Tenminste, het zou voor gegiechel door kunnen gaan. Misschien is het ook Jack die giechelt, want de fles is inmiddels half leeg.
'We hadden meer drank mee moeten nemen,' zegt Erik.
'Ben je bang?'
'Tuurlijk niet.'
We vlijen ons neer op een tweepersoons graf, de deksteen is aangenaam koel. Net wanneer onze lippen elkaar raken, verstijft Erik.
'Hoorde je dat?'
'Die uil?' vraag ik.
'Nee, iets anders. Waar is Whisky trouwens?'
Ik grijp de fles en houd die hem voor.
'Nee, ik bedoel de hond.' Hij grijpt zijn gitaar.
Ik vloek. Onze chihuahua die nog bang is voor zijn eigen schaduw, is verdwenen.
'Die komt wel terug,' zegt Erik terwijl hij enkele akkoorden op zijn gitaar ramt.

Ik word wakker van een geluid. Het is donker. Graven lichten op in het maanlicht. Paniekerig zoeken mijn handen naar Erik, maar ik vind alleen Jack.
'Erik?'
Vlakbij klinkt een gil.
'Erik?' Ik doe het enige wat ik kan bedenken en neem een paar ferme slokken whisky. Dan sluip ik gewapend met Eriks gitaar in de richting waaruit de gil klonk. Mijn hart slaat over wanneer ik gegrom hoor. 'Whisky?'
Erik en Whisky zijn aan het knuffelen. Tenminste, zo lijkt het. Erik ligt op de grond terwijl Whisky hem kusjes in zijn nek geeft. Het duurt even voor ik me realiseer dat Eriks handen wanhopig proberen het hondje van zijn keel te trekken.
Dan ligt Erik doodstil. Whisky laat hem los en kijkt me met bloeddoorlopen ogen en tanden aan.
'Kom maar bij het baasje,' zeg ik tegen beter weten in.
omhoog

Waargebeurd

- eerste prijs schrijfforumwedstrijd 2011

Opdracht: de eerste alinea's zijn geschreven. Verzin de rest van het verhaal

De boekpresentatie had wel veertig belangstellenden getrokken. Ze dromden samen in een boekenwinkeltje in de Haagse binnenstad, waar schrijfster Vera de Zwart trots in het rond keek. Iemand trok aan haar mouw.
‘Hoe heb je dat toch voor elkaar gekregen?’ Een vrouw had Vera’s debuutroman van een stapel gepakt en er even in gebladerd. ‘Dat zal een hele bevalling geweest zijn!’
Vera glimlachte. ‘Dank je wel, maar dat viel wel mee hoor! Met het idee liep ik al lang rond, en ik had tijdens het schrijven hulp van anderen.’ Ze wist het. Zonder internetforum Schrijven Online had ze hier niet gestaan.

Mijn vervolg: Vera dacht terug aan de eerste keer dat ze op het forum kwam. Jong, bang en zo groen als een sprinkhaan. Feedback krijgen viel haar zwaar, vooral omdat die vrij negatief was:
'Word is met -dt, als je tenminste niet dat computerprogramma bedoelt.'
'Is het nu Sjakie of Schaky, je schrijft zijn naam steeds anders.'
'Je plot rammelt aan alle kanten, dit kan niet waargebeurd zijn.'
Maar waargebeurd was het wél.
Uiteindelijk werd het Jacques, kreeg ze haar -d's en 't's onder controle en had ze haar manuscript met 15.000 woorden ingekort door Jacques' moeder in een auto-ongeluk te laten sterven. Dat auto-ongeluk was niet echt gebeurd, maar ze had er tijdens het schrijven veel plezier aan beleefd.

'Natuurlijk heb je hulp gehad, je bent nog te dom om je eigen veters te strikken,' klonk een zware stem.
Geschrokken draaide Vera zich om. 'Jacq... Sjakie?'
'Schaky, maar voor jou is het Schaak.'
Zijn stem deed als vanouds de rillingen over haar rug lopen. Ook qua uiterlijk was hij amper veranderd. Misschien wat ouder geworden. Twintig jaar om precies te zijn.
'Veralynneke!' Een dikke, grijze vrouw in een vleeskleurige jurk drong zich naar voren, haar rollator inhakkend op benen van mensen die niet snel genoeg opzij sprongen.
'Schoonmama...' Vera's stem stierf weg. Struikelend wankelde ze achteruit, maar Sjakie greep haar arm.
'Eindelijk hebben we je gevonden,' zei hij triomfantelijk. 'Alleen domme blondjes kun je onder hun eigen naam op internet vinden.' Hij zwaaide met een print van de uitnodiging voor de boekpresentatie die ze op allerlei fora had verspreid.

'Ben jij Jacques?' riep een vervaarlijk uitziende man in het publiek.
Even aarzelde Sjakie. 'Ik... ehm...'
Vera knikte.
Als één man dromde een tiental boekpresentatiebezoekers op Sjakie af. Zonder moeite werden hij en de schoonmoeder overmeesterd en naar de kelder gesleept.
Andere bezoekers keken glimlachend toe, onder de indruk van de acteurs. Tenslotte stond op de uitnodiging dat een scène uit het boek live zou worden nagespeeld.

'Gaat het Vera?' vroeg een man die ze herkende van een profielfoto op Schrijven Online.
Vera knikte. 'Bedankt voor jullie hulp, ik had dit echt nooit zonder jullie gekund.'
De man, een detectiveschrijver, lachte. 'Gelukkig konden we je op weg helpen. Je verhaal was goed, maar op sommige punten ongeloofwaardig, ook al was het echt gebeurd. Bovendien moet een waargebeurd verhaal altijd waargebeurd zijn, en een open einde paste daar echt niet bij.'

's Avonds in bed las Vera nogmaals de kelderscène aan het eind van haar boek. Ze was trots op haar waargebeurde verhaal, dat tegelijkertijd zo ongeloofwaardig was dat er geen politieman naar zou kraaien.
Ze vroeg zich af hoe ze ooit iets kon terugdoen voor haar forumgenoten. Een gezellige meeting organiseren of zo?
omhoog

SOL-meeting

- eerste prijs schrijfwedstrijd bij forummeeting
Op 6-6-2009 werd door schrijvers van het forum SchrijvenOnline een ontmoeting georganiseerd. We gingen naar het Solse Gat nabij Putten, een geheimzinnige kuil middenin een bos.


Opdracht: schrijf een verhaal waarin een gat voorkomt

Op de zesde dag van de zesde maand trok een bonte stoet verhalenvertellers het Sprielderbos in. Alsof het om een picknickuitje ging, lieten ze zich nietsvermoedend door Eigenitius naar het Solse Gat leiden.
Wisten ze niet dat dit één van de geheimzinnigste plekken van Nederland was? Kenden ze niet de verhalen over de schrijvers die hier, precies duizend jaar daarvoor, waren verdwenen?
En wie was Eigenitius? Als verhalenverteller stond hij bekend om zijn grondige research. Had hij ditmaal verzuimd, of leidde hij zijn geestverwanten bewust naar hun ondergang?
De vertellers waren van ver gekomen om oude vrienden te ontmoeten en nieuwe te maken. Met voordrachten zouden ze hun beroepsgenoten vermaken en inspiratie en succes afdwingen bij de schrijfgodin Sól.
‘Ik voel aan mijn vruchtwater dat hier iets niet pluis is,’ verzuchtte Majanka toen ze vanaf de heuveltop neerkeek in het Solse Gat.
’Ik ruik de adem van de duivel,’ bromde Eystinea, ‘en mijn hond ook.’ Het magere scharminkel rukte grommend aan zijn riem.
’Onheil, gevaar,’ lalde Jeanne d’Amar beschonken.
‘Onzin,’ zei Eigenitius. ‘Jullie hebben te veel fantasie. Kom.’
Ze volgden hem. Nabij een poel, onder de schaduwen van eeuwenoude bomen, stalden ze lekkernijen uit alle windstreken van het land uit.
Eystinea viel de eer ten beurt het eerste verhaal te vertellen. Geboeid luisterden de toehoorders. Ze merkten niet dat de lucht betrok, dat de wind de takken boven hun hoofden deed zwaaien en dat de aanwezige honden grommend naar de poel staarden.
Ineens schudde de aarde.
’Een aardbeving.’ Eigenitus nam een hap uit zijn appeltaart. ‘Niets aan de hand, dat komt in deze streken vaker voor.’
Aarzelend vertelde Eystinea verder. Haar verhaal was griezelig en niemand lette op de poel, waaruit stoomwolken opstegen. Het water verdampte snel.
Weer beefde de aarde. Een bliksemflits boorde zich in de uitgedroogde poel. Geschrokken keken de verhalenvertellers elkaar aan voor de aarde onder hen zich openspleet. Nooit is er meer iets van ze vernomen.

Op de zesde dag van de zesde maand trekt een bonte stoet schrijvers het Sprielderbos in. Alsof het om een picknickuitje gaat, laten ze zich door Eigen naar het Solse Gat leiden.
Weten ze niet dat hier, precies duizend jaar geleden, twintig verhalenvertellers door de aarde zijn opgeslokt? Eigen zou het moeten weten, hij doet zijn research altijd grondig.
’Wat een mooie plek,’ verzucht Majanne terwijl ze neerkijkt in het dal.
’En toepasselijk, een Schrijven OnLine-meeting bij het Solse Gat.’ Jeanne Thamar lacht. Ze heeft haar kater thuisgelaten.
Nabij de poel worden lekkernijen uit alle windstreken uitgestald en Ajstinad mag als eerste een verhaal voorlezen.
’Nou, dit was mijn verhaal,’ besluit ze. ‘Ik had helemaal geen inspiratie en heb het grootste deel van internet overgetikt. Meestal houd ik niet van research, maar dit is toch wel een bizar verhaal. Ik denk niet dat het waar is, maar...’ Ze kijkt op haar horloge. ‘Nou ja, daar zullen we over enkele minuten achterkomen.’
Lijkt het maar zo, of is het inderdaad harder gaan waaien?
omhoog

Mooiste vergelijking

- 1e prijs schrijfwedstrijd forummeeting

Opdracht: schrijf de mooiste vergelijking

Mijn stembanden produceerden niet meer dan het geluid van een leeglopende fietsband.
omhoog

Vampirella

2008 - schrijfwedstrijd Opzij
Dit verhaal werd met enkele anderen geplaatst in het zomernummer van het tijdschrift Opzij


Word je al jaren gekweld door een geheim verlangen? Zou je dat eigenlijk heel graag eens willen delen met de buitenwereld? Schrijf in maximaal 250 woorden een geestige of ontroerende bijdrage over jouw heimelijke - grote of kleine - wens en je ontvangt bij plaatsing in Opzij een boekenbon van 25 euro.

Het is niet zo dat ik al jaren word gekweld door een geheim verlangen. Mijn wensdroom is zo irreëel dat het verontrustend zou zijn als hij uitkwam. Vergeleken met die van mij, lijken de heimelijke fantasieën van mijn vriendinnen bereikbare idealen, hoewel de wetten der kansberekening niet in hun voordeel spreken.
Rianne droomt ervan om zakenvrouw van het jaar te worden, Maria wenst een knappe miljonair te trouwen, Jenny smacht naar een ontmoeting met Johnny Depp en Cassandra zoekt het nog hogerop, zij zou willen stralen in grote Hollywoodproducties.
Mijn verlangen kennen ze niet. Ze zouden ongetwijfeld lachen om mijn kinderlijke naïviteit, want al sinds mijn prille jeugd koester ik dezelfde wens. Wellicht lacht u er niet om. U kent me immers niet.
Als ik op een dag mijn klerenkast opruim, wil ik een geheime deur vinden. Eentje die zilverzacht opgloeit als ik hem verwonderd aanraak. Aarzelend zou ik mijn voet over de drempel zetten en de planken van het dek van de Black Pearl onder me voelen. Of de draaiende trappen in het kasteel van ’s werelds beroemdste tovenaarsleerling.
Een heldin zou ik zijn, op een gevleugeld wit paard. Of een adembenemende vampirella met bovennatuurlijke krachten. Fantasiewerelden zouden aan mijn voeten liggen, maar ook het verleden en de toekomst. Ik zou Elvis ontmoeten, Heathcliff en Dracula.
En als ik daarna terugkeer in mijn vertrouwde klerenkast, zou er in werkelijkheid nog geen minuut zijn verstreken.
Herkent u dit? Heeft u misschien zo’n kast? Geld speelt geen rol.
omhoog

Ike-ja

- derde prijs wedstrijd meeting schrijfforum

Opdracht: schrijf een verhaal waarin een bekende Zweedse winkelketen voorkomt.

IKEA leerde ik kennen door het puberblad Yes. Helaas was destijds in het noorden van het land geen IKEA-vestiging, waardoor ik mijn uitzet noodgedwongen bij de plaatselijke HEMA kocht.
Pas jaren later werd in Groningen een IKEA geopend. Sjoerd, de gitarist van de hardrockband waarin ik zong, zwoer dat we erheen moesten. Hij beweerde fan van de winkelketen te zijn en zo kwam het dat ik op een zaterdagmorgen samen met Ike - de nieuwe, mysterieuze drummer van de band - in een aftandse begrafeniswagen naar Groningen koerste. Sjoerd en de bassist waren er niet bij; ze hadden afgebeld wegens een kater.
Ondanks het – zeker voor ons - vroege tijdstip, was het druk op de parkeerplaats voor het enorme pand waar onze plaatselijke HEMA wel dertig keer in zou passen. Dat beloofde wat.

”Eerst moeten we potloden hebben,” zei Ike. Minstens drie potloodjes verdwenen uit een bak in de zak van zijn leren jas.
Schichtig zocht ik naar een bordje dat bevestigde dat ze gratis waren, maar ik werd weggeduwd door een voornaam ogende dame. Ongegeneerd graaide ze in het potlodenbakje, waarna ik vond dat ik niet achter kon blijven.
Je kunt het zo gek niet bedenken of het was te koop in dit woonwalhalla. IKEA was de woonboulevard, de HEMA, de Xenos en de Leenbakker in een, maar dan veel groter. En goedkoper.
Zelfs Ike, normaal toch een hele nuchtere jongen, geraakte in een vlaag van koopwoede.
”Kijk man, zwarte handdoeken. Die wil ik,” zei hij. Ook de zwarte washandjes, wc-mat, tandenborstel en snijplank belandden in de steeds voller wordende winkelkar.
Zelf had ik vooral kleine snuisterijen uitgezocht die te goedkoop waren om te laten liggen, maar mijn pinpas kreunde al bij het vooruitzicht van de kassa. Die bereikten we pas twee uur later en de lange rijen maakten in een oogopslag duidelijk dat Ikea Groningen zeer goede zaken deed.
En wij ook met onze begrafeniswagen, die door eigenaren van veel te kleine auto’s en te grote aankopen werd aangeklampt. De rest van de middag reden we af en aan en verdienden we onze aankopen ruimschoots terug.
In een Ikea-roes reden we terug naar Friesland, verliefd op onze aankopen en elkaar. Dat was de dag waarop onze liefde en ‘Ike’s bezorgdienst’ het levenslicht zag.

illustratie: Erik Kors
De oude begrafeniswagen hebben we nog steeds. Minstens eenmaal per maand rijden Ike en ik daarmee naar Groningen, voor een romantisch diner in het IKEA-restaurant.

Tekening: © 2009 E.C. Kors
omhoog

Elfjes

In mei 2008 verscheen de verzamelbundel "De oogst van 2007" waarin twee 'elfjes' van mijn hand rondfladderen. Elfjes zijn korte gedichtjes van elf woorden volgens het volgende stramien:
  1 Elfje
  2 3 geen sprookjeswezen
  4 5 6 maar een gedichtje
  7 8 9 10 van slechts elf woorden
  11 Elf
De bundel wordt uitgegeven door De Lege Ton van Diogenes ( www.legeton.be ), alwaar de boekjes ook kunnen worden besteld.
Bij Publicaties kom je zelfs een foto van Bobby tegen:
marketinghulphond Bobby
omhoog

Schrijven is ritme

blog op Schrijven Online over het boek 'Schrijven is ritme'.

Onlangs heb ik het boek ‘Schrijven is ritme’ van Thomas Verbogt gelezen.
Ik vond het niet alleen goed omdat The Outsiders in één adem werd genoemd met The Beatles, The Stones en The Who, maar ook omdat ik waarschijnlijk ben genezen van een diepgeworteld trauma.

Muziek is een rode draad in mijn leven. Mijn grote kans om zangeres te worden kwam toen op de lagere school een zanggroep werd opgericht. Weliswaar na schooltijd, maar dat had ik er voor over om beroemd te worden.
Een getalenteerde juf zweepte een dertigtal kinderstemmetjes op tot grote hoogten en nooit zal ik het moment vergeten dat ze met gefronste wenkbrauwen voor me stopte. “Je zingt vals. Als je dat nog één keer doet, lig je eruit.”
De kraai in mijn keel bleek ontembaar. Nog steeds heb ik het onbehaaglijke gevoel dat de juf dacht dat ik expres vals zong, dat ze dacht dat ik liever buiten wilde spelen dan zingen. Voor mij spatte een droom uiteen en sindsdien playback ik als er in het openbaar moet worden gezongen.

Jazzballet leek me wel iets; lekker dansen op muziek. Het was erg leuk, tot me opviel dat de juf behoorlijk streng keek als ik weer eens over mijn ledematen struikelde. Onhandig als ik was, bleek ook dansen niet voor mij weggelegd.

Muziekles op de Havo was voor mij een ramp. We moesten aan de hand van geluidsfragmenten opschrijven welke instrumenten werden gebruikt, iets wat me alleen lukte als ik de band kende (gelukkig kende ik vrij veel bands). Van notenbalken en klassieke muziek had ik helemaal geen kaas gegeten, en ik was dat jaar waarschijnlijk één van de weinigen die overging met een 3 op zijn rapport.
Voor mij werd duidelijk dat er iets aan mijn muzikale gehoor ontbrak toen de leraar Engels me toevertrouwde dat hij één keer eerder een leerling had die op een klemtoonoefening een 1 haalde. Ook een behulpzame klasgenoot bevestigde dat, door op mijn eerste schoolfeest te zeggen dat ik geen maat kon houden en beter de dansvloer kon verlaten.

Voor mij bleef slechts één muzikale mogelijkheid over: popjournalist worden! Daarvoor moest ik wel de ritmiek der getallen gaan beheersen, want wiskunde was nog een verplicht propedeusevak op de School voor Journalistiek.
Mijn journalistieke hoogtepunt van die anderhalf jaar was dat ik een hardnekkig broodje-aap-verhaal ontkrachtigde: ook als je goed studeert is het mogelijk om een 1,2 op een meerkeuzetentamen te halen. Miskend werd, dat ik de enige student was die erin slaagde zijn cijfers meerdere malen met 200% te verhogen. De 1,2 werd een 2,4 toen ik alle antwoorden gokte, en niet-nuchter op een tentamen verschijnen leverde me een 3,6 op. Van de 4,8 daarna heb ik geen enkele herinnering meer, behalve dat het mijn laatste hertentamen was en ik zonder propedeuse een carrière als popjournalist wel kon vergeten (en ik was al zo chagrijnig omdat ik geen kaartjes had kunnen bemachtigen voor het enige concert dat Nirvana in Nederland gaf).

Meer geluk vond ik in de liefde. Ik wist nota bene een muzikant aan de haak te slaan, waardoor ik nu in een huis woon waar vele muziekinstrumenten me vals toegrijnzen als ik ze aanraak - tenminste, ik heb me laten vertellen dat het vals is, want dat schijn ik zelf niet te horen -.

Halverwege dit jaar volgde ik voor het eerst een schrijfcursus en ik viel bijna van mijn stoel toen de docent zei dat ik gevoel voor ritme had.
Wie? Ik?!?
Even dacht ik terug aan mijn studententijd, waarin ik urenlang op de dansvloer van de alternatieve stamkroeg rondzwierde, me niet bekommerend om mensen die zich konden storen aan mijn a-muzikaliteit en lompe bewegingen. Op een avond werd ik op mijn schouder getikt door een oudere, donkere man die me aan B.B. King en de Mississippiblues deed denken. “Jij hebt een ontzettend goed ritmegevoel, dat wilde ik je even zeggen.” Daarna liep hij weg, mij net zo verbaasd achterlatend als na de opmerking van mijn schrijfdocent.

Daarom pakte ik in de bibliotheek heel aarzelend het boek ‘Schrijven is ritme’. En nu ben ik om: schrijven ìs ritme! Met het ritmegevoel dat ik schijn te hebben, zal ik nooit gitaarsnaren kunnen laten zingen, maar er is een instrument dat zich in stilte laat bespelen. Als een geoefend pianist kan ik de toetsen van mijn computer beroeren en daarmee ritme in mijn verhalen leggen, gevoelige melodieën spelen, en af en toe een snoeihard metalakkoord doen klinken.
Ik ben de componist, het toetsenbord is mijn instrument en mijn verhalen zijn mijn repertoire.

Let’s Rock ’n’Roll!!!
omhoog

Hondenpoep

Honden zijn leuk, maar er zitten ook minder leuke kanten aan. De achterkant bijvoorbeeld, die meerdere malen per dag restafval uitscheidt. Opruimen is het devies, waarbij vaak de nadruk op ‘vies’ wordt gelegd. Sowieso is het niet bepaald flatterend om met de darminhoud van je wandelpartner in je hand te lopen.
Toch zitten er vele voordelen aan het opruimen van hondenbah.
Omdat hij er met zijn neus bovenop zit, ziet een poepopruimer het verband tussen dingen die in de hond zijn gegaan en die eruit komen. Leverworst komt er hier bijvoorbeeld heel waterig uit, dus dat krijgt onze hond niet meer.
Daarnaast kan bij het oppakken het verteerde worden geschouwd op ongewenst darmfauna als parasieten. Menig internetsite biedt een fascinerende blik op deze ongewenste hondbewoners; als je de beelden hebt gezien, weet je zeker dat je deze griezels niet in huis wilt hebben, ook al is het in je huisdier.
Nog een voordeel is dat een gevuld poepzakje in de koude wintermaanden een weldadige warmte verspreidt. Menig ervaren poepopruimer loopt diverse prullenbakken voorbij alvorens het goedje ten tweeden male te droppen.
En wist je dat mensen die een vers poepsel met zich meedragen statistisch gezien minder vaak lastig worden gevallen door zakkenrollers, hangjongeren of dronkaards? Instinctief schijnen die te weten wat in het zakje zit als ze jou en je hond zien lopen. Reken maar dat zelfs de meest gewelddadige overvaller een straatje om loopt als je er dreigend mee zwaait.
omhoog